Regelbaarheid warmtepomp

Achtergrond en aanleiding

De minimale terugregelbaarheid van de warmtepomp is met name relevant bij warmtelevering, omdat de warmtepomp hierbij fungeert als (primaire) warmteopwekker. De regelbaarheid van de warmtepomp is uit te drukken als percentage van de ontwerp warmtevraag van het gebouw / de gebouwinstallatie. De regelbaarheid van de warmtepomp bepaalt, in combinatie met de gerealiseerde bufferinhoud van het systeem, onder andere de hoeveelheid aan-/uitschakelingen van de warmtepomp. Een beperkte terugregelbaarheid in combinatie met een te kleine bufferinhoud leidt tot frequent aan- en uitschakelen (‘pendelen’) van de warmtepomp, en dit reduceert de levensduur van de warmtepomp en het rendement van de warmteopwekking.

Keuzemogelijkheden

De regelbaarheid van de warmtepomp als percentage van de warmtevraag van het gebouw is onderverdeeld in de volgende aspecten:

A B C
Regelbaarheid warmtepomp1 als percentage van ontwerp warmtevraag > 10% ≤ 10% ≤ 5%

1 Bij meerdere warmtepompen gaat het om de warmtepomp die het kleinste verwarmingsvermogen kan leveren.

Tabel 1: Minimaal vermogen (kleinste) warmtepomp als percentage van maximaal verwarmingsvermogen gebouw

Andere manieren om het risico op pendelgedrag van de warmtepomp(en) te verlagen zijn:

Voorbeeld

In Figuur 1 is een schematisch voorbeeld gegeven van een deellastsituatie in het winterseizoen, dat wil zeggen een situatie waarin de momentane warmtevraag vanuit het gebouw significant lager is dan de ontwerp vermogensvraag warmte. In het voorbeeld kan de warmtepomp niet teruggeregeld worden tot de deellast warmtevraag vanuit het gebouw, en is er geen of een te klein CV-buffervat aanwezig.

Voorbeeld 4 regelbaarheid warmtepomp.jpeg
Figuur 1: Deellast-situatie – pendelgedrag warmtepomp.

Het voorbeeld in Figuur 1 laat zien dat het afgenomen debiet aan de condensorzijde van de warmtepomp (de gebouwvraag) lager is dan het minimaal toelaatbare debiet over de condensor van de warmtepomp (producteigenschap). In dit geval zal de warmtepomp frequent aan- en uitschakelen (‘pendelen’), dit is een beveiliging van de warmtepomp om te hoge/lage druk in het interne circuit te voorkomen.

Een warmtepomp met een relatief beperkte terugregelbaarheid ten opzichte van het distributiesysteem (gebouwinstallatie) heeft ook als belangrijke consequentie dat de warmtepomp het grootste deel van het jaar in deellast bedrijf zal opereren. Bij een warmtepomp met een slecht deellastrendement heeft dit een nadelige invloed op het jaargemiddelde rendement (SPF) van het bodemenergiesysteem, zoals nader is toegelicht in het voorbeeld bij Minimaal rendement warmtepomp in ontwerpsituatie

Informatiebron(nen)

Sidebar