Regelbaarheid bron

Achtergrond en aanleiding

Bij een open bodemenergiesysteem kan de koudebron gebruikt worden voor directe koudelevering aan de gebouwinstallatie. Dit is een energie-efficiënte manier van koudelevering. Belangrijke randvoorwaarde in deellastsituatie is het minimale debiet van de WKO-installatie. Het minimale brondebiet dient te zijn afgestemd op het minimale debiet aan de gebouwzijde van de bron-TSA. Wanneer het debiet van de WKO-installatie niet ten minste teruggeregeld kan worden tot het minimale debiet aan de gebouwzijde van de bron-TSA, zal de bronpomp frequent aan- en uitschakelen (‘pendelen’) in deellastsituatie en/of de bron met een verkeerde temperatuur worden geladen. Pendelgedrag reduceert de levensduur van de pompen en overige componenten, een verkeerde laadtemperatuur van de bronnen resulteert in een lager bronrendement. Uitgangspunt is dat het minimale debiet aan de aan de gebouwzijde van de bron-TSA gelijk is aan het minimale debiet van de bronpompen.

Pendelgedrag en/of een verkeerde laadtemperatuur kan worden voorkomen door:

Keuzemogelijkheden

De minimale regelbaarheid van het debiet van de WKO-installatie is onderverdeeld in de volgende aspecten:

A B C
Minimale debiet WKO-installatie als percentage van maximaal ≥20% ≤19,9% ≤10%

Tabel 1: Minimale debiet WKO-installatie als percentage van maximaal

Voorbeeld

In Figuur 1 en Figuur 2 zijn schematische voorbeelden gegeven van een deellastsituatie in het zomerseizoen, dat wil zeggen een situatie waarin de momentane koudevraag vanuit de gebouwinstallatie significant lager is dan de ontwerp vermogensvraag koude. Een dergelijke deellastsituatie kan zich bijvoorbeeld voordoen in het tussenseizoen. In het voorbeeld kan het debiet van de WKO-installatie niet worden teruggeregeld tot het debiet aan de gebouwzijde van de bron-TSA (de deellast koudevraag vanuit het gebouw), en is er geen of een te klein gelaagd GKW-buffervat aanwezig.

Voorbeeld 3a regelbaarheid bron.jpeg
Figuur 1: Deellast-situatie – pendelgedrag bronnen bij flow-flow beveiliging (het minimaal debiet WKO-installatie is hoger dan het minimale debiet aan gebouwzijde bron-TSA).

Het voorbeeld in Figuur 1 laat een systeem zien met een flow-flowbeveiliging. Om het gevraagde vermogen te kunnen leveren met de WKO-installatie maar daarbij toch een juiste laadtemperatuur (circa 17°C) te handhaven, zal de bronpomp in dit geval frequent aan- en uitschakelen (‘pendelen’).

Voorbeeld 3b regelbaarheid bron.jpeg
Figuur 2: Deellast-situatie – verkeerde laadtemperatuur warme bron (het minimaal debiet WKO-installatie is hoger dan het minimale debiet aan gebouwzijde bron-TSA).

Het voorbeeld in Figuur 2 laat een systeem zien waarbij de laadtemperatuur niet wordt bewaakt (geen flow/flow beveiliging). In deellastsituatie zal er relatief weinig koelvermogen worden afgenomen door het gebouw, terwijl er wel sprake is van een grote waterverplaatsing aan de bronzijde van de bron-TSA. Derhalve zal het onttrokken water uit de koude bron minder worden opgewarmd dan voorzien (klein temperatuurverschil), en wordt de warme bron met een te lage temperatuur geladen (11,7°C in plaats van ontwerp 17°C). Aangezien er een groot deel van het jaar sprake is van deellastsituaties, zal de warme bron zo met een te lage temperatuur worden geladen.

Informatiebron(nen)

Sidebar