Robuustheid met betrekking tot koudelevering – Koude bron

Achtergrond en aanleiding

Bij een open bodemenergiesysteem kan de koudebron gebruikt worden voor directe koudelevering aan het gebouw. Dit is een zeer energie-efficiënte manier van koudelevering. Belangrijke randvoorwaarde daarbij is de temperatuur van de koudebron. Bij een te warme koudebron zal minder of zelfs geen koude vanuit het bronnensysteem geleverd kunnen worden. Een koude bron is “te warm” als de werkelijke jaargemiddelde onttrekkingstemperatuur hoger is dan de ontwerp ontrekkingstemperatuur / als de onttrekkingstemperatuur gelijk aan of hoger is dan de aanvoertemperatuur van het GKW-circuit. Uitgangspunt hierbij vormt dat het ontwerp temperatuurniveau van het GKW-circuit is afgestemd op de ontwerp onttrekkingstemperatuur.

De koudebron kan te warm zijn en/of worden doordat:

Keuzemogelijkheden

Het temperatuursverschil tussen de natuurlijke grondwatertemperatuur (zie Bepalen temperatuur bodem voor ontwerp) en de ontwerp ontrekkingstemperatuur van de koudebron is onderverdeeld in de volgende aspecten:

A B C
Delta T ontwerptemperatuur koudebron – grondwater -4°C -2°C 0°C

Tabel 1: Temperatuurverschillen tussen ontwerp ontrekkingstemperatuur en natuurlijke grondwatertemperatuur.

Andere manieren om het risico van een te hoge koudebrontemperatuur en bijbehorende gevolgen te verkleinen zijn:

Voorbeeld

Een te groot temperatuurverschil tussen de ontwerp onttrekkingstemperatuur en de natuurlijke grondwatertemperatuur kan leiden tot een te hoge koudebrontemperatuur. In Figuur 1 is een schematisch voorbeeld gegeven van een te warme koudebron in het zomerseizoen, wanneer er sprake is van een koudevraag vanuit het gebouw. In het voorbeeld is de onttrekkingstemperatuur uit de koudebron 11°C in plaats van 9°C (ontwerp).

Voorbeeld 1 koudebron.jpeg

Figuur 1: Te warme koudebron (zomersituatie).

Het voorbeeld laat zien dat de werkelijke gekoeldwater (GKW) aanvoertemperatuur naar het gebouw ten gevolge van de te warme koudebron hoger zal zijn dan de ontwerpaanvoertemperatuur (12°C in plaats van 10°C).
Hierdoor kan de WKO-installatie niet voldoen aan de (ontwerp)vermogensvraag koude. Het vermogenstekort en de resulterende (te) hoge GKW aanvoertemperatuur naar het gebouw kan leiden tot discomfort in de verblijfsruimten. Wanneer een niet-preferente koudeopwekker (bijvoorbeeld een koelmachine of warmtepomp) wordt ingezet om het gekoeldwater verder af te koelen tot de ontwerpaanvoertemperatuur, zal het bodemenergiesysteem een lager rendement hebben.

Informatiebron(nen)

Sidebar