Verdeling over opwekkers (B-factor) warmtepomp

Achtergrond en aanleiding

Volgens de ISSO (ISSO 72) is de definitie van de B-factor de verhouding tussen het vermogen van de warmtepomp(en) en het benodigd nominale vermogen voor ruimteverwarming (bepaald volgens de ISSO 51). De B-factor is een maat voor de bijdrage van de warmtepomp(en) aan de totale warmtevraag.

Wanneer de B-factor voor de warmtepomp kleiner dan 1,0 wordt gekozen, dan betekent dat in een ontwerp-klimaatjaar de warmtepomp een aantal uren niet in de volledige warmtevraag van de woning kan voorzien, als er geen andere opwekker aanwezig is zal de ruitmetemperatuur dan dalen. Hierbij kan overigens nog rekening gehouden worden met opslag in een buffervat, momentaan kan dan meer energie geleverd worden dan de capaciteit van de warmtepomp.

Afhankelijk van de toepassing kan naast de warmtepomp een ander opwekker in het systeem aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan een elektrische element in een buffervat, een hybridesysteem waar een warmtepomp gecombineerd wordt met een gas- of biomassaketel of een systeem waarbij met een conventionele koelmachine koude opgewekt wordt.

Bij dergelijke systemen rijst de vraag hoe groot de warmtepomp gekozen kan worden en wat de bijdrage aan de jaarlijkse totale energielevering wordt. Bij een hoge betafactor is het vermogen van de warmtepomp groot. Daarbij moet de bodemwarmtewisselaar in de grote vermogensvraag kunnen voorzien terwijl de bijdrage aan de totale energievraag klein is. Dat houdt in dat het systeem relatief duur wordt.

Bij het bepalen van de betafactor is de verhouding tussen de totale energievraag en de pieklast van belang. Bij ruimteverwarming zal gelden dat hoe lager de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) is, hoe kleiner de verhouding is tussen totale energievraag en pieklast. Immers, bij een goed geïsoleerd gebouw zullen de verliezen, ook onder extreme omstandigheden, klein zijn.

De globale relatie tussen de beta-factor en de bijdrage van de warmtepomp aan de warmtelevering (deze is gebaseerd op een aanname omtrent jaarbelastingduurkromme):

Betafactor.png

Je in het algemeen stellen dat met 50% van de maximale capaciteit meer dan 80% van de totale energievraag gedekt is.

Keuzemogelijkheden

Wat betreft het bepalen van de beta-factor kunnen de volgende keuzes worden gemaakt:

A B C
Monovalent 1,0 1,0 1,0
Bivalent, enkele compressor 1,0 0,7 – 0,8 jaarbelasting-duurkromme

Tabel 1: Keuze met betrekking tot beta-factor.

Bij een monovalent systeem is er geen andere opwekker en moet de warmtepomp de volledige last kunnen dekken, de beta-factor is dan altijd 1. Bij een bivalent systeem kan men ervoor kiezen de volledige last met de warmtepomp te leveren (er kan dan wel een back-up verwarmingselement worden toegepast). Ook kan men een fortaitaire beta-factor kiezen die tussen de 0,3 en 0,6 ligt, de warmtepomp levert dan 88% – 94% van de totale warmtevraag. Indien men beschikt over een jaarbelasting-duurkromme kan hiermee bepaald worden wat het gewenste aandeel van de warmtepomp is.

Wat bij de keuze van de beta-factor een rol speelt is:

Verwijzingen

ISSO 72 Ontwerpen van individuele en kleine elektrische warmtepompsystemen voor woningen.

Sidebar