Open bodemenergiesystemen

De Waterwet heeft (onder andere) ten doel om het grondwatergebruik te reguleren, waarbij de belangen worden behartigd. Dus ook een gebruiker van een bodemenergiesysteem, uiteraard in het bezit van een vergunning, wordt hiermee beschermd. Andere belangen die de Waterwet beschermt zijn de drinkwaterwinning, landbouw, natuur, constructies en verontreinigingen.

De Waterwet geldt voor het onttrekken en terugbrengen van grondwater tot een diepte van 500 meter beneden maaiveld. Volgens de Waterwet zijn alle open systemen vergunningplichtig. Provincies hebben voor systemen kleiner dan 10 m³ per uur de mogelijkheid om hiervan af te wijken. Regels voor systemen kleiner dan 10 m³ per uur moeten dan wel zijn opgenomen in de provinciale verordening. De vergunningaanvraag kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend.

Effecten

Bij de behandeling van een vergunningaanvraag wordt een belangenafweging gemaakt waarin de invloed van het systeem op de omgeving wordt bekeken. Deze invloed wordt beschreven in een effectenstudie die als bijlage bij de vergunningaanvraag wordt bijgevoegd. Onderstaande afbeeldingen laten de twee belangrijkste effecten zien die in kaart moeten worden gebracht: thermische effecten (links) en hydraulische effecten (rechts). Dit voorbeeld betreft het systeem van TU Eindhoven. Dit systeem is met 32 bronparen het grootste systeem ter wereld.

Thermisch invloedgebied

Er is sprake van een thermisch invloedsgebied wanneer de temperatuur van de warme of koude bel een halve graad afwijkt ten opzichte van de natuurlijke grondwater temperatuur. In het voorbeeld van TU Eindhoven is de natuurlijke grondwatertemperatuur 12 °C. De eerste contour van de warme bel is 12,5 °C, de eerste contour van de koude bel 11,5 °C. De warme en koude bronnen zijn zo geplaatst dat thermische effecten beperkt worden.

Hydraulisch invloedgebied

Er is sprake van een hydraulisch invloedsgebied wanneer de stijghoogte meer dan 5 centimeter wordt beïnvloed door de onttrekking. Dit wordt weergegeven met de 0,05 lijn. Omdat een systeem tegelijkertijd grondwater onttrekt en infiltreert, zal de stijghoogteverandering op sommige plaatsen positief zijn en op sommige plaatsen negatief. Ook hier zijn de bronnen zo geplaatst dat de effecten van het onttrekken en retourneren zo klein mogelijk is en elkaar in evenwicht houdt.

Hiernaast moeten ook andere mogelijke effecten worden meegenomen, bijvoorbeeld de invloed op mogelijke verontreinigingen.

Criteria vergunningverlening open systeem

De provincie kan de vergunningaanvraag pas behandelen wanneer de aanvraag voldoet aan de zogenaamde indieningsvereisten. Deze indieningsvereisten staan beschreven in de BUM BE deel 1. Voor kleine open systemen (kleiner dan 50 m³ per uur) zijn in de BUM lichtere indieningsvereisten opgenomen. Deze zijn weergegeven in het sjabloon ‘verkorte effectenstudie kleine open systemen’ (BUM, bijlage 4.3). Deze verkorte effectenstudie moet de vergunningaanvraag voor kleine systemen vereenvoudigen. De mogelijkheid om deze effectenstudie toe te passen is overigens niet wettelijk vastgelegd, maar een bestuurlijke afspraak met de provincies.

Het bevoegd gezag beoordeeld de vergunningaanvraag op de doelstellingen van de Waterwet:

Om dit te beoordelen kijkt het bevoegd gezag naar de effectenstudie. De aangeleverde gegevens en berekeningen moeten zijn opgesteld door een erkende bodemintermediair conform de daarvoor geldende protocollen. Ook kijkt het bevoegd gezag of het systeem kan voldoen aan de algemene voorschriften. Is dit niet het geval dan, wordt gekeken of afwijking toelaatbaar is. Wanneer het systeem niet in conflict met de doelstellingen van de Waterwet en verder aan alle eisen voldoet, wordt de vergunning verleend.

Voorschriften

Aan iedere vergunning zijn voorschriften verbonden. De vergunninghouder is verplicht deze voorschriften na te leven. Deze bestaan uit instructievoorschriften en extra voorschriften. De instructievoorschriften gelden voor alle vergunde systemen. Het bevoegd gezag mag de extra voorschriften voorschrijven wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van de doelstellingen en belangen van de Waterwet.

Instructievoorschriften

De instructievoorschriften zijn terug te vinden in het Waterbesluit. Deze voorschriften gaan over installatie, exploitatie en beëindiging van het systeem:

Installatie:

Exploitatie:

Beëindiging:

Afwijken voorschriften

Van een aantal algemene regels mag worden afgeweken. Dit geldt voor de maximale retourtemperatuur en voor het koude- en warmteoverschot. Voor de retourtemperatuur geldt dat een hogere retourtemperatuur kan worden toegestaan. Voor het koudeoverschot geldt dat deze mag worden beperkt, en voor het warmteoverschot dat deze mag worden toegestaan. Het afwijken van de instructievoorschriften kan via maatwerkvoorschriften. Afwijken is mogelijk wanneer de doelstellingen van en de belangen bij de Waterwet zich daartegen niet verzetten. Een voorbeeld waarbij je zou willen afwijken van de instructievoorschriften is bij hogetemperatuuropslag (HTO).

Registratie gegevens

De eigenaar van het open systeem houdt de volgende gegevens bij:

Deze gegevens dienen jaarlijks aan het bevoegd gezag worden toegezonden binnen 3 maanden na afloop van het kalenderjaar.

Andere mogelijke voorschriften

De provincie is bevoegd extra voorschriften voor te schrijven bovenop de instructievoorschriften. Dit mag alleen als een belang niet afdoende beschermde wordt met de instructievoorschriften alleen. Deze voorschriften kunnen bijvoorbeeld gaan over:

Procedure

Sinds de inwerkingtreding van de AMvB Bodemenergie is in principe de Reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Hiervoor gold standaard de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Dit scheelt aangezien in tijd: na 8 weken (2 maanden) heb je een geldige vergunning in plaats van na 6 maanden.

Ondersteuning aan overheden: BUM/HUM

Om de gemeenten te ondersteunen in hun nieuwe taken heeft het SIKB twee documenten opgesteld:

In de BUM en HUM zijn de regels en toetsingscriteria uit de wetgeving toegelicht. Er is beschreven hoe het bevoegd gezag om kan gaan moet vergunningaanvragen (BUM) en hoe gehandhaafd kan worden (HUM). Omdat alles duidelijk is uitgelegd, zijn deze documenten ook handig voor de initiatiefnemer. Het is wel belangrijk je te beseffen dat de BUM en HUM zijn gericht op de bevoegde gezagen en dat het een hulpmiddel bij de taken die de gemeenten moeten uitvoeren. Het zijn dus geen wettelijke regels.

Meer informatie:

Sidebar