Robuustheid mbt warmte- en koudelevering

Doel

Een bodemenergiesysteem dient te voldoen aan de vastgestelde uitgangspunten welke met de opdrachtgever of klant zijn besproken. Indien alleen koeling bij een bepaalde buitentemperatuur wordt gevraagd, vraagt dit een ander ontwerp dan wanneer koude en warmte tegelijk worden gevraagd binnen kleine marges. De robuustheid: hoe robuuster het systeem, des te flexibeler en kan het meer en langer voldoen aan de energievraag.

Voorbeeld:

Een bodemenergiesysteem welk betreffende energielevering grondwaterzijdig ontworpen is op de natuurlijke bodemtemperatuur van 11 à 12°C is betreffende inzetbaarheid voor levering van warmte robuuster dan een systeem welk uitgaat van een bodemtemperatuur van 16°C. Het rendement, draaiuren, en de waterverplaatsing van een systeem welk ontworpen is op 16°C zal bij grote en langdurige warmtevraag mogelijk problemen krijgen doordat onvoldoende warmte in de bron voorhanden is. De in de tabel aangegeven robuustheidsklasse C is dus robuuster dan klasse A omdat deze ook bij “ongeladen” bronnen voldoende vermogen kan leveren.

Robuustheidsklasse A B C
Delta T ontwerptemperatuur koelbron 6°C 9°C 12°C
Delta T ontwerptemperatuur warme bron 18°C 15°C 12°C

Tabel 1: Delta T’s waarbij de bron ten allen tijden het gevraagde vermogen kan leveren.

Waarom

Een bodemenergiesysteem wat niet robuust is gerealiseerd kan beperkt inzetbaar zijn. Voorbeelden van een te weinig robuust systeem kunnen o.a. zijn:

Informatiebron(nen)

Sidebar