Toepassing boorspoeling

Doel

Het wel of niet toepassen van boorspoeling draagt bij aan de kwaliteit van de uiteindelijk gerealiseerde bron. Hierbij moet opgemerkt worden dat het toepassen van boorspoeling niet vanzelfsprekend is. Afhankelijk van de onder andere lokale omstandigheden (bodemopbouw, stijghoogte grondwater), tijdsduur boring, diameter boorgat e.d. kan het toepassen van boorspoeling wel of juist niet gewenst zijn.

Waarom

Of het toepassen van boorspoeling (additieven) nodig is hangt af van een aantal factoren. De belangrijkste daarvan zijn:

  1. Benodigde overdruk in boorgat
  2. Verlies werkwater door grofheid formatie of te hoge overdruk
  3. Aanwezigheid van klei- of leemlagen tijdens de boring
  4. Heeft boorvloeistof voldoende draagkracht om grove delen omhoog te transporten

Ad.1
Wanneer de overdruk in het boorgat tijdens de gehele boring minimaal 1,5 meter bedraagt in het gehele boorgat, dan is toevoeging van additieven om een spoeling te maken ter verzwaring van de steunvloeistof, niet nodig. Let op: bij het aanboren van spanningswater moet de overdruk ook ten minste 1,5 meter waterkolom bedragen. Het kan dus voorkomen dat de overdruk in het eerste watervoerende pakket ruim voldoende is maar in het tweede watervoerende pakket spanningswater aanwezig is. Voordat het tweede watervoerende pakket wordt aangeboord dient de boorvloeistof voldoende overdruk te kunnen geven om ook een overdruk van 1,5 meter waterkolom te kunnen handhaven in het tweede watervoerende pakket

Ad.2
Wanneer een (deel van) aangeboorde formatie bestaat uit grove zanden en/of grind en/of stenen, kan het werkwater in het boorgat als gevolg van overdruk in de formatie worden gedrukt. Hierdoor wordt werkwater verloren welk weer moet worden aangevuld om voldoende steun in het boorgat te houden. Wanneer de snelheid van opnemen van water door de formatie groter is dan het toevoegen van werkwater aan de boorvloeistof, zakt de waterkolom in het boorgat. Wanneer deze zover zakt dat onvoldoende overdruk in het boorgat blijft zal het boorgat invallen. Dit kan ernstige schade veroorzaken aan het boorgat en de boorstangen en boor kunnen verloren gaan. Het toevoegen van spoeling waarmee verlies van werkwater wordt verminderd is dan aan te raden.

Ad.3
Een boring kan worden uitgevoerd in verschillende watervoerende lagen (aquifers). Tussen en in deze lagen zijn vaak slecht doorlatende of scheidende lagen aanwezig, ook wel aquitards genoemd.
Wanneer deze aquitards bestaan uit dikke klei- of leemlagen ontstaat tijdens de boring vanzelf een spoeling omdat de klei of leemdeeltjes minder snel bezinken in de opvangbakken van de boring. Hoe dikker deze lagen, des te meer spoeling ontstaat. Wanneer hierdoor een voldoende dikke of zware spoeling ontstaat hoeven geen andere additieven te worden toegevoegd. Het kan zelfs voorkomen dat bij hele dikke kleilagen een zodanig zware spoeling ontstaat dat deze verdund moet worden. Er moet dan boorspoeling worden vervangen door gewoon water.

Ad.4
In aquifers kunnen zich grove en zware zand- en grinddelen bevinden of zelfs stenen. Wanneer tijdens het boren de snelheid van de boorvloeistof te laag is kunnen deze grove delen niet omhoog worden getransporteerd. Dit komt bijvoorbeeld voor wanneer de diameter van het boorgat erg groot is of wanneer te kleine volumes boorspoeling worden rondgepompt (bv te kleine circulatiepomp).
Door het toevoegen van additieven aan de boorvloeistof verandert de viscositeit waardoor deze meer draagkracht krijgt. Hierdoor kunnen ook grovere delen worden opgeboord.

OPMERKING’
Het toevoegen van additieven om een zwaardere boorvloeistof te verkrijgen kan dus zeker ook nadelige gevolgen hebben. Één daarvan is onder andere dat door de overdruk de boorvloeistof in de aquifer wordt gedrukt waar de filters van de bron worden geplaatst. Dit zorgt voor verstopping van de aquifer (hogere weerstand). Om de bron voldoende te ontwikkelen moeten dan extra werkzaamheden worden uitgevoerd om deze weerstand weer te verminderen.

Informatiebronnen

Sidebar